Naar Gdansk!

Zondag 30 juni vertrekken we weer om 5.00 uur op weg naar Gdansk. We zijn niet de eersten die het ruime sop kiezen. We zien dat er al een aantal boten vertrokken zijn. Zij hebben gisteren de wind afgewacht en pakken nu hun kans (net als wij), want zondagavond en maandag is er weer stevige wind voorspeld. Prachtig om zo vroeg de haven uit te varen, echt genieten. Het is een zonovergoten dag en de temperatuur is 36 graden. Op zee is het goed uit te houden.

We melden ons bij de via de marifoon aan bij Gdansk Portcontrol en vragen toestemming om binnen te varen. Dit is gebruikelijk bij elke Poolse haven. De medewerker mompelt (wij kunnen hem slecht verstaan in ieder geval😉) iets over bridge en 22.00 uur. We varen binnen en zien wel. Het kanaal wat we volgen richting het centrum voert ons langs oude en vervallen gebouwen van het industriegebied. Sommige delen worden inmiddels gerenoveerd. Ons beeld van Gdansk is een oude vervallen stad. Inmiddels voelen we die 36 graden wel hoor.

De voetgangersbrug waar we onderdoor moeten, staat open, dus we kunnen gewoon doorvaren. Waar had die portcontroller het over? Nog een paar minuten en we zijn in de haven.

En wij maar denken dat al die mensen voor ons op de kant stonden.

Maar nee, met de haven in zicht, is het laatste stuk afgesloten ivm festiviteiten op het water. We dobberen een poosje en wachten samen met nog andere boten, maar na een tijdje komt iemand melden dat we er voor 22.00-22.30 uur niet door kunnen. We hebben een plekje aan de kade gezocht en zijn daar blijven liggen tot we verder konden varen. Ondertussen genieten we van het af en aan varen van jawel: piratenschepen (dit keer zonder disco muziek) en andere ferry’s. De dag is zo aardig lang geworden als we om 22.30 uur eindelijk aan de steiger in de haven liggen. Yeh we zijn in Gdansk!

Vrijdag 28 juni naar Leba

Op vrijdag 28 juni vertrokken we dan maar eens om 5 uur in de ochtend naar Leba. Er vertrokken 3 zeilboten op dat tijdstip. We waren toch niet de enige die vroeg wilden varen na een “verwaaidag” zoals wij dat noemen. Onderweg kwamen we weer een duikboot tegen die aan de oppervlakte voer. Ze gaan nog snel ook.

Poolse duikboot

De tocht naar Leba viel eigenlijk nog iets mee. De afsluiting van 2 schietgebieden op zee, waar het Poolse leger oefent met kanonnen, werden vrij gegeven. Dit scheelde een paar uur varen. Rond 19 uur kwamen we veilig aan in Leba.

Als we aan de steiger liggen, vaart het langs de haven af en aan met piratenschepen. De Polen lijken er dol op te zijn om met zo’n schip een stukje te varen. In elke plaats komen we ze tegen. De boten in Leba hebben een discjockey aan boord. De mensen genieten van hun trip onder genot van veel drank en knoert harde muziek.

Zaterdag 29 juni blijven we in de haven. Er is harde wind voorspeld en dat komt weer uit. We gaan een kijkje nemen op de pier. Op weg daar naartoe gaat een sirene af in het dorp. Wat zal er aan de hand zijn? Even later zien we de reddingsbrigade uitvaren richting een zeilboot op zee. De boot vaart op de zeilen door de woeste golven richting de haven. De reddingsboot begeleid hem en neemt de boot in de luwte van de pier op sleeptouw. Ze hebben motorpech en kunnen daardoor niet op eigen kracht in de haven komen. Geweldig dat je op hulp kunt rekenen als het nodig is.

Als nodig is er hulp paraat

Maandag 24 juni naar Kolobrzeg

In eerste instantie wilden we maandag 24 juni met de boot verkassen naar Warnemuende, het toeristische voorstadje van Rostock, zoals Scheveningen van Den Haag is. Maar de windvoorspellingen zijn voor later in de week niet zo gunstig er lijkt storm te komen. We besluiten maandag de 24e al naar Kolobrzeg in Polen te vertrekken. Veel golven in de middag en nacht, maar op dinsdagmiddag 25 juni lopen we met Zloties in onze broekzak. Maar goed dat we al in Polen zijn, de windverwachtingen ( ondanks het mooie weer) worden nog harder, het zal 6 tot 7 beaufort worden met uitschieters naar 8. In Polen liggen de havens vaak aan lager wal en is het zomaar mogelijk dat je vanaf 5 bft een haven niet veilig kunt binnenlopen vanwege grondzeëen te grote deining waardoor je de grond kunt raken.

Woensdag 26 juni hebben we een rustdag. De dag na een lange tocht blijven we in principe altijd liggen.

Kolobrzeg is een toeristische stad met een druk bezocht strand, met prijzen ongeveer de helft van in Nederland. Behalve de diesel natuurlijk weer, deze is een stuk duurder dan in Nederland. We wilden alle voorraden weer aanvullen. Dieselstation in de haven zou elke dag open zijn van 8 tot 12 uur. Echter de luiken bleven dicht. Er stond wel een Pools telefoon nummer aangeplakt. Gerard bellen, maar de gast die opnam begreep Gerard niet en Gerard begreep die gast niet. De havenmeester lostte het op, en belde voor ons, waarna de uitbater van het tankstation om 12 uur even langs zou komen. Toch een moeilijke taak om te begrijpen dat Pools.

Terrasje langs de boulevard in Kolobrzeg

Donderdag 27 juni bleven we toch nog maar een dagje in Kolobrzeg. In de middag en avond zou er veel wind verwacht worden. We zitten soms met een dilemma; of een lange dag van 15 uur varen vanaf 5 uur in de ochtend tot in de avond, of in de middag vertrekken en de volgend midden op de ochtend de volgende haven binnenlopen. Tien jaar geleden met ons sabbatical naar Griekenland speelde dat eigenlijk niet. Nachtje doorvaren was heerlijk en als je in de ochtend de nieuwe haven binnenliep was er altijd plek. De meeste boten vertrekken immers in de ochtend. Aan de andere kant is slapen en eten koken op een stuiterende boot niet ideaal.

De langste dag van het jaar.

Na een goede nachtrust gaan de trossen weer los om 9.15 uur op vrijdag 21 juni. Vandaag weer zonnig, maar weinig wind. Optimistisch zetten we de zeilen op, maar al snel neemt het beetje wind tot 1 à 2 bft af. Toch maar de motor erbij zetten en de kegel hijsen. De kegel geeft aan andere schepen aan dat je naast de zeilen ook de motor hebt draaien en daarmee geen voorrang meer hebt op andere pleziervaart. We varen langs een windmolenpark op zee van 20 kilometer lengte. Onderweg heeft Gerard de railingdraden opnieuw gespannen en we poetsen wat. Na een rustig zonnig dagje motoren komen we in Gedser aan.
Tijdens onze wandeling kwamen we erachter dat we al eerder in dit niet bijzondere Gedser zijn geweest.

Zaterdag 22 juni verlaten we de haven van Gedser door een smalle geul. Alweer een vlakke zee.

Op het moment dat we de haven uitvaren belt Steven ons op. Hij zei: “ ik zie dat jullie de haven uitvaren en dacht ik bel nog even”. Zo leuk. Hij volgt ons via de website Vesselfinder. Fijn om elkaar even te spreken en via FaceTime kleine Benthe te zien. Terwijl ze in de box ligt, zo lief.

Omdat er echt helemaal geen wind is tuffen we op de motor naar Rostock. Wel opletten want er varen hier veel grote ferry’s en die hebben altijd voorrang. Via een kanaal van 15 km kun je het centrum van Rostock bereiken. Tijdens dat stuk belt Martine die bij moeder op bezoek is. Nog een keer contact via FaceTime, nu met moeder. Zij is blij om ons even te zien. Om 15.00 uur liggen we aan de steiger in het centrum van Rostock.

Gezellige stad Rostock. Veel mensen op de been en ook de terrasjes langs de haven zitten overvol. We blijven zondag 23 juni ook nog liggen.

Terrasjes aan de haven van Rostock

Woensdag 19 juni een lange dag

Woensdag 19 juni staat ons een lange dag te wachten; op de motor door het Noord Oostzeekanaal of in de volksmond het Kielerkanaal. Mag alleen overdag gevaren worden en er moet absoluut door pleziervaart strak rechts gehouden worden. Dit alles vanwege de grote zeeschepen die je continu inhalen. Er varen 30.000 schepen per jaar door het Kieler kanaal en is hiermee een van de drukste gegraven scheepvaartroutes in de wereld. Door het Suezkanaal varen bijvoorbeeld “maar” 17.000 schepen per jaar. Schepen die gebruikmaken van het Noord Oostzeekanaal snijden een omweg af van ruim 300 nautische mijlen=ongeveer 570 km.

Een grote zeesluis bijna voor ons alleen

Na de zeesluis vonden we met moeite een ligplaats bij Yachtclub Kiel. De marina was overvol was vanwege Kieler Woche. We lagen net vast toen een enorme onweersbui losbarstte.

Dreigende luchten

Donderdag 20 juni in de ochtend een paar druppels regen maar een heerlijke zeiltocht naar Bagelkop in Denemarken. Ineens geen euro’s meer maar Deense kronen. Onderweg kwamen we nog wat deelnemers aan de Kieler Woche tegen.

Ook de Duitse Mariniers vinden de racejachten interessant en komen boven kijken.

Zondag 16 juni vroeg op pad

Om 7:00 varen want anders zouden we de stroom tegen hebben op de Waddenzee. Deze tocht (meer dan) voldoende wind en continu stroming mee ging lekker vlot. We zaten in no time op Vlieland.

Onderweg!

Toen we zondagavond op Vlieland onder zeil gingen, gierde de wind door de masten. Maandagochtend is het windstil. Rond 10.00 uur verlaten we Vlieland met windkracht 3-4. Voordat we het grootzeil vanuit de kuip kunnen bedienen, moeten we een nieuwe endless line maken. De oude is doorgeknipt toen de mast eraf ging. Het was even puzzelen, maar met hulp van YouTube is het gelukt.

De zeilpret is van korte duur, want om 16.00 uur valt de wind weg en kunnen de zeilen weer ingehaald worden. Dus motoren we heerlijk in de zon boven de Waddeneilanden langs. ‘s Avonds koelt het flink af en moeten de warme pakken opgezocht worden. We varen de nacht door. Dinsdagochtend gaat de warme kleding langzaam weer uit, rond 10.30 uur moeten we weer flink smeren. Het is weer een warme dag 29 graden. Om 12.45 uur liggen we bij Brunsbüttel te wachten om geschut te worden, het is erg druk. Om 14.30 uur liggen we in de haven naast de sluis. Naast ons worden continue enorme vrachtschepen geschut.

Varen bij nacht. Dan is de dikke zeiljas toch wel heel fijn.

We zijn vertrokken!

Vertrek zaterdag 15 juni is doorgegaan. Wel iets later dan gepland, want plannen is Gerard verleerd na de RAI. Uiteindelijk konden we de trossen rond 14:00 uur losgooien. We hadden geluk en konden zonder vertraging direct de eerste sluis (Noordersluis Lelystad) in om geschut te worden. Bijzonder hier is het extreme hoogte verschil in waterstand, we gaan 6 meter omhoog in de sluis. Voor Nederland wel extreme, vooral omdat de sluis met zeer veel geweld volloopt.

In de sluis bij Lelystad

De volgende sluis tussen Markermeer en IJsselmeer kostte meer tijd. Maar op vakantie is tijd ineens geen belangrijke factor meer. Hoewel door weinig wind en last vertrekken zouden we volgens berekening pas rond middernacht in Hindeloopen zijn. Ondanks goede voornemens zoveel mogelijk op de wind te varen toch de motor gestart. Om half negen aan kunnen leggen in Hindeloopen. Eerste start dag zit er op.

Deel 17: Van Guernsey naar Lemmer

Zaterdagochtend staat om 5.45 uur al ruim 3 meter water boven de drempel, ruim voldoende om de haven te kunnen verlaten. Het is nog donker, we zoeken de geul naar zee. Tegelijk met ons vertrekken nog 5 schepen. We hebben zo goed als wind tegen, maar sterke stroom mee. Het grootzeil vangt net wind om bij te kunnen zetten. We gaan met flinke vaart door de Alderney Race. De hoogste snelheid die we halen is 13,7 knopen (ruim 25 km per uur). Via de marifoon hebben we contact met Astrid en Ivo. Zij zijn een uur eerder vertrokken uit Guernsey en gaan naar Cherbourg. Wij gaan door richting Nederland en hebben nog een flinke reis voor de boeg.

Zaterdag verloopt rustig. We kunnen alle zeilen bijzetten. Ons avondeten bestaat uit opgewarmde zuurkool. Een prima maaltijd op zee. De avond en de nacht varen we rustig door. Tegen de ochtend verandert het weer. De voorspelling was dat het een rustige dag zou worden met weinig wind in de rug. Het valt tegen dat er flinke wind uit het NO komt. Pal tegen dus. Gerard wordt na 2 uurtjes slaap al weer wakker omdat de boot zo onrustig ligt. Ter hoogte van België liggen veel zandbanken voor de kust waardoor er een rare golfslag ontstaat. De boot slaat hierdoor op de golven. We gaan een stukje verder uit de kust en zoeken wat rustiger vaarwater tussen de zandbanken en de shipping lane.

Zondagavond eten we chili con carne. Gerard probeert een uurtje te slapen voordat zijn nachtwacht weer ingaat. Betty slaapt tot 4.30 uur. Dan zijn we bij Rotterdam waar we de druk bevaren toegangsroute naar de haven moeten oversteken. Het is prettig om samen uit te kijken naar schepen die naar de haven varen en die uit de haven komen.

Enorme schepen met talrijke lichtjes varen in het donker. Honderden schepen liggen midden op zee voor anker. Zij wachten op toestemming om de haven in te varen. We zijn blij als we de route veilig kunnen oversteken. Gerard gaat een paar uur slapen en als hij wakker wordt zijn we vlak bij IJmuiden. De zon is opgekomen en het is prachtig weer. Was het de eerste nacht erg vochtig, nu hebben we daar absoluut geen last van. Juist terwijl we dat in Nederland zouden verwachten. Genietend van een heerlijk zonnetje leggen we de laatste mijlen af op een rustige Noordzee. Tegen 12.00 uur gaan we in IJmuiden door de sluis. We zijn weer terug in Nederland.

Even wat telefoontjes plegen dat we de zee achter ons hebben gelaten. Korte broek aan en genieten van een zonnige tocht door het Noordzeekanaal. Bij Amsterdam gaan we door de Oranjesluizen en zetten op het Markermeer koers naar Hoorn. Omdat het nog zo mooi weer is, is het vrij druk aan de kade in de stad waar we in eerste instantie wilen gaan liggen. Daarom zoeken we een plaats in de jachthaven.

Steven en Martine komen met de auto naar Hoorn. Ze hebben Lloyd meegenomen. Er volgt een enthousiaste begroeting. We gaan gezellig uit eten als afsluiting van onze reis.

Dinsdagochtend verlaten we de haven van Hoorn voor de laatste etappe naar onze thuishaven in Lemmer. Er staat een stevige wind van 6 bft. We hebben er een goed gevoel over dat we in één ruk naar Nederland zijn gevaren, zodat we nu niet meer op zee zijn. Met de wind in de rug en een vriendelijk zonnetje varen we naar Enkhuizen waar we weer door de sluis moeten. Dan zetten we koers naar Lemmer. Daar hebben we geluk dat we direct de Pr. Margrietsluis in kunnen varen. Het voelt vreemd dat we in Nederland in 2 dagen tijd 4 keer door een sluis moeten, terwijl we in het buitenland overal gewoon naar binnen konden varen. Om 15.00 uur leggen we de Alfa Dim op haar plaats in de haven. De laatste etappe was een prachtige afsluiting van een geweldige reis.

Martine komt ons halen met de auto. Als we thuis komen hangt de vlag uit en is het huis versierd met slingers en ballonnen. Binnen in huis ziet het er spik en span uit, het ruikt heerlijk naar eten wat in de oven staat. Steven, Martine en Sander hebben de champagne koud staan en met elkaar heffen we het glas. Het is heerlijk om weer thuis te komen en we zijn dankbaar dat we dit met elkaar kunnen vieren.

Ons sabatical zit erop. We hebben er lang naar uitgekeken. De tijd is omgevlogen. Het was een geweldige reis met enorm veel hoogtepunten. Gelukkig hebben we elke dag een verslag gemaakt van onze belevenissen, dan kunnen we nog eens nalezen wat er allemaal gebeurd is. We hebben veel mailtjes ontvangen als reactie op ons weblog. Echt super leuk en verrassend hoeveel mensen met ons meeleefden. Hartelijk bedankt voor al die leuke reacties.

Deel 16: De ene depressie na de andere

We melden ons op het havenkantoor en betalen liggeld voor 2 nachten, want misschien kunnen we dinsdag verder varen naar Cherbourg. Maar als we later naar de weersvoorspellingen kijken, zien we, dat we waarschijnlijk pas vrijdag onze weg kunnen vervolgen.

´s Middags komen Astrid en Ivo een glaasje drinken. Zij lagen op Jersey naast ons aan de steiger en zijn vanmorgen (zondag) gelijk met ons naar Guernsey gevaren. Net als wij, zijn zij op weg naar Nederland, alleen heeft hun reis 3 jaar geduurd. Hun boot, met een diepgang van 2.20 m., ligt nu aan de steiger in de havenkom, buiten de jachthaven. De jachthaven is toegankelijk voor boten die maximaal 2.10 m steken. Daarom hebben Astrid en Ivo hun bijbootje opgeblazen om naar de kant te komen. We hebben een gezellige middag met elkaar en we nodigen hen uit om dinsdag bij ons te komen eten.

We hebben een goede internetverbinding op de boot, dus we kunnen elk moment van de dag op de weersites kijken. De boot ligt erg te schudden en wordt steeds stevig tegen de steiger gedrukt. We hebben alle fenders (stootwillen) tussen de boot en de steiger liggen. De wind giert en fluit de hele dag door de mast. We hebben het meeste last als het hoog water is, want dan vangen we veel meer wind dan wanneer het laag water is en er komen golven in de haven van zee af. Het verschil tussen hoog en laag water is hier ongeveer 8 meter. Dinsdag liggen we zo onrustig, dat Betty zelfs een pilletje in moet nemen. Zij wordt bijna zeeziek tijdens het eten koken.

Woensdag laat de zon zich niet zien. ´s Middags hebben we zelfs regen. We hebben het gevoel dat we nu toch wel richting Nederland willen gaan en bekijken nog maar eens de mogelijkheden op de weerkaarten. We komen tot de conclusie dat het misschien slim is om een lange tocht te maken zodra dat mogelijk is, zoveel mogelijk een ´rustige´zee benutten.

Als we ´s avonds onder zeil (naar bed) gaan, horen we de wind huilen. Tegen hoog water worden we af en toe wakker van het onrustige geschud van de boot.

Donderdag ziet het ernaar uit dat het vrijdag mogelijk is (5 beaufort pal tegen), en zaterdagochtend (19-09-09) gunstig (4 bft. en zeilbare wind) is om Guernsey te verlaten. Als we zaterdag vertrekken en 2 nachten doorvaren, kunnen we maandagavond in Lemmer zijn. Eigenlijk willen we geen nachten meer varen, maar gezien de weersvooruitzichten zullen we in Boulogne of Belgie weer verwaaid komen te liggen als we ons tot dagtochten beperken. De weerkaarten laten zien dat er dinsdagmiddag harde wind op de Noordzee zal zijn. Het zal fijn zijn als we dat stuk zee op tijd achter ons kunnen laten. We melden het thuisfront vast, met een grote slag om de arm, dat we misschien toch snel in Nederland zullen zijn.

Het is eigenlijk fantastisch dat je zo nauwkeurig kunt zien wat voor weer er gaat komen. De voorspellingen zijn een week vooruit en kunnen af en toe wat veranderen. Maar als de voorspelling een paar dagen stabiel is, kun je er goed op vertrouwen.

Donderdagmiddag klaart het weer wat op, de zon breekt door. We maken een wandeling naar de zee met zijn enorme schuimkoppen. Ondertussen mijmeren we over de heenreis. Toen bleven we niet liggen voor windkracht 5 bft. tegen. Zijn we nu watjes geworden tijdens onze reis? We zoeken naar een reden om dit tegen te spreken: Op de heenreis hadden we natuurlijk het vooruitzicht van het avontuur en het warme weer waar we naartoe gingen. Nu wordt het steeds frisser en willen we het einde van onze reis wat uitstellen.

Als we vrijdagochtend wakker worden is het rustig buiten. We horen de wind niet loeien. Veel schepen vertrekken richting het zuiden en waarschijnlijk begint morgen de uittocht naar het noorden, omdat de wind dan gunstiger is voor die richting.

Ons vertrek uit Guernsey staat gepland om 5.00 uur in verband met stroomrichtingen. De vrijdag zijn we bezig met voorbereidingen. We maken eten klaar voor een paar dagen, zodat we niet hoeven te koken tijdens de reis. We vullen de watertanks en zorgen dat alles in de boot weer vast staat, voor het geval we schuin gaan. We zijn er klaar voor om een lange tocht te maken. Het volgende verslag, over dit laatste traject van onze reis, zal op het weblog verschijnen als we in Nederland zijn.

Deel 15: Van de Golf van Biskaje naar de Kanaaleilanden

Zondagmorgen om half 7 is het nog niet licht. Bovendien is het fris, dus we trekken warme kleding aan. Als de zon na een poosje aan de hemel staat is het in de luwte van de buiskap heerlijk. We genieten van een prachtige zeildag. Om 16.00 uur draait de wind naar het noorden en dan hebben we hem pal tegen. De motor wordt gestart.

Er is weinig wind, maar de deining is kort van opzij waardoor het erg onrustig is. Het servies staat te rammelen in de kast doordat de boot van links naar rechts schommelt. We leggen handdoeken op de kopjes en de glazen zodat alles op z´n plaats blijft.

Maandagochtend rond 8.00 uur zien we 2 zeilboten passeren richting het zuiden. Deze boten zullen zondagochtend waarschijnlijk uit Frankrijk vertrokken zijn, toen wij uit La Coruña vertrokken. We zijn ongeveer op de helft van de Golf van Biskaje. We bakken stokbroodjes voor het ontbijt. Wat een luxe hè, ontbijten met warm stokbrood midden op zee.

Maandag is een heerlijke dag. Weinig wind maar wel volop zon. Doordat we de wind in de rug hebben is het echt genieten aan boord, dus korte broeken aan en dikke truien weer even aan de kant. Halverwege de middag zien we dolfijnen die onder de boot doorzwemmen en dan weer verdwijnen. Tegen de avond komt er nog een groepje die een poosje met ons mee zwemt. We vinden het nog steeds geweldig leuk als dat gebeurt. Als je heel lang op zee zit en alleen water om je heen ziet, is het een super leuke afwisseling als je ineens de vinnen van dolfijnen spot. Als die dolfijnen dan gezellig springend een poosje rond de boot zwemmen, worden we daar nog steeds heel vrolijk van. In de Golf van Biskaje hadden we geen dolfijnen meer verwacht. We hebben het gevoel dat we door deze groep worden uitgezwaaid.

Onze warme maaltijd bestaat uit nasi. De laatste dagen hebben we extra veel eten gekookt zodat we onze maaltijd op zee alleen maar hoeven op te warmen. Je weet nooit helemaal zeker wat voor weer het is en of het mogelijk is om te koken. Daarom nemen we het zekere voor het onzekere en zorgen we dat we een aantal mogelijkheden hebben om warm te eten. Anders wordt een lange tocht veel te zwaar.

Dinsdagochtend bereiken we de overkant en komen we langs de kust van Frankrijk. Omdat we weer telefoonbereik hebben, kunnen we een sms van Steven lezen over de weersvoorspelling in het Kanaal. Als die niet gunstig is, gaan we in Frankrijk de haven in. Maar volgens de berichten is het verantwoord om meteen door te varen naar het eiland Jersey.

Het is zwaar bewolkt en er trekt steeds mist op. Soms zelfs vrij dichte mist. De zon doet in de middag verwoede pogingen om door te breken. Dat lukt pas tegen 16.00 uur, maar dan is het weer heel aangenaam.

Als we onze derde nacht ingaan, hebben we de wind in de rug. Met alleen de genua op bereiken we met de stroom mee een snelheid van 10 knopen. Gerard vindt het helemaal geweldig als we als een speedboot richting Jersey gaan. Hij is bang dat we veel te vroeg in donker aan zullen komen. Maar het is 8.15 uur als we aan de wachtsteiger voor de haven aanleggen. Op de Kanaaleilanden kan het verschil tussen eb en vloed erg groot zijn. Hierdoor moet je soms wachten voordat je de haven in kunt varen. Het licht is op groen, er is een diepte van 2.10 meter, dus we kunnen de haven binnenvaren. We sturen een sms naar huis om te melden dat we veilig in de haven van St. Helier op Jersey liggen.
Het is miezerig weer. Gerard gaat naar bed om een paar uur te slapen.

`s Middags bezoeken we de tourist information waar we een stapel folders en krantjes meenemen. Er is veel te doen op Jersey, dus we kunnen ons wel een paar dagen vermaken als we weer verwaaid moeten liggen.

In een internet café zien we dat we waarschijnlijk pas zondag verder kunnen. Er komt veel wind door het Kanaal, natuurlijk uit de verkeerde hoek.

Het is leuk om in St. Helier te vertoeven. Er zijn erg leuke winkels in mooie winkelstraten. Je waant je echt in Engeland. Als eerste gaan we geld pinnen want met euro´s kun je hier niet terecht. Op Jersey hebben ze hun eigen Jersey ponden.

Als we donderdag weer een internet café opzoeken, denken we dat we beter maandag kunnen vertrekken. Nou, een dag langer hier blijven is geen straf, want we vermaken ons prima.

Vanmiddag is er een grote vliegshow: International Airdisplay. De straaljagers komen met oorverdovend lawaai over de haven heen, evenals de stuntvliegtuigjes.

Vrijdag zijn de weersvoorspellingen toch weer iets gewijzigd en zoals het er nu naar uitziet, vertrekken we zondag richting Guernsey.

Onze reisplanning op dit traject wordt helemaal bepaald door de wind en door de getijden.

We gaan het St. Elizabeth kasteel bezoeken. Het kasteel is te bereiken met een autobusje die bij hoog water ook kan varen. Bij laagwater is het ook mogelijk om naar het kasteel te lopen, maar zodra het water omhoog komt, staat het pad onder water. We stappen op de bus naar het noorden van het eiland waar we een wandeling maken langs de grillige kustlijn op zoek naar Devil´s Hole. Dit blijkt een meertje met een groot beeld van een duivel te zijn. Er zijn verschillende leuke markten.

Als we op de boot zijn, horen we steeds de wind gieren en s´avonds in bed liggen we te schommelen. Als we dit meemaken zijn we blij dat we veilig in de haven liggen.

Zondagochtend willen we vertrekken zodra we de haven kunnen verlaten. Dit kan pas als er 1.90 meter water boven de drempel (die voor de ingang van de haven is) staat. We gaan eerst naar het tankstation om onze dieseltank te vullen. Dit is hard nodig na onze laatste tocht van 72 uur.

Het is drie uur voor hoog water als we de zee opgaan. Als de oversteek naar Guernsey mee zit, kunnen we daar net iets na hoog water aankomen. De haven is maar een paar uur per dag, rond hoog water, toegankelijk.

We hebben een prachtige overtocht. Met de wind schuin tegen, gaan we als een speer.
Bij aankomst hebben we geluk, want we kunnen de Victoria Marina in St. Petersport direct binnenvaren. We melden naar huis dat we weer een stapje dichterbij zijn gekomen. Omdat we in deze haven internet op de boot hebben, kijken we direct naar de weersvoorspellingen. Er komt weer heel veel wind aan. Het lijkt erop dat we vrijdag 18 september verder kunnen. Voor ons is het geen enkel probleem om op een eiland als dit, verwaaid te liggen. We houden gewoon nog een poosje vakantie.