We willen donderdagmiddag vertrekken uit Ibiza. Omdat we naar het internetcafé moeten om ons verslag en de foto’s te versturen, bestuderen we op internet de weersvoorspellingen.
Onze tocht naar Menorca zal een dag en een nacht duren, daarom willen we geen risico nemen met het weer. Er wordt harde wind verwacht bij Ibiza en bij Menorca zelfs tot 7 bft. De beslissing is gauw genomen, bij 7 bft. varen we niet uit. We blijven een extra dag in Ibiza. De voorspelling voor vrijdag is een stuk gunstiger.
Omdat we blijven hebben we de tijd om boven op de berg te gaan kijken waar een ommuurde oude stadskern is met kasteel en grote kerk. Hoewel het regenachtig is, is het erg leuk om hier rond te kijken. We worden steeds enthousiaster over Ibiza.
Als we ’s avonds naar bed gaan staan zoals altijd alle luiken op een kiertje voor frisse lucht.
Het ziet er buiten zwaar bewolkt uit en als we even in bed liggen begint het zwaar te onweren met harde wind en zware regenval. We zijn op dat moment erg blij met onze beslissing om niet uit te varen. Na een tijdje voelt Gerard nattigheid op het dekbed. Boven ons bed bevindt zich een luik. De regen komt door het kiertje onder het luik, door en loopt via het rolgordijntje op ons bed. Gelukkig ligt de boot een klein beetje scheef door de wind, waardoor het regenwater naar Gerard zijn kant loopt. Als we het luik dicht willen doen, moet het rolgordijn open en daardoor plenst het water over ons beiden en over ons bed. Gauw het luik dicht en de nattigheid opruimen. Ook door de andere luiken, in de badkamer en de kajuit gutst het water naar binnen, het fornuis staat vol water. Als we na de nachtelijke dweilpartij weer in bed kruipen gaat het er nog steeds heftig aan toe buiten. We zijn blij dat we niet op zee zitten deze roerige nacht, maar veilig in de haven liggen.
Vrijdag schijnt de zon en ziet het er heel helder uit. Leuk om Ibiza te zien als de zon schijnt. We vertrekken halverwege de middag.
Was het gisteren heel harde wind, vandaag geeft de windmeter 1-3 bft. aan met rond middernacht 3-4 bft. We hebben een rustige oversteek naar Menorca, waar we rond de middag aankomen.
Hoewel de dieseltank nog lang niet leeg is, willen we hem toch eerst volgooien. Doordat de tanksensor stuk is weet je nooit precies hoeveel diesel er nog in de tank is. De nieuwe sensor wordt opgestuurd naar Griekenland waar we hem in Nidri kunnen ophalen. Het zal fijn zijn als dit tank probleem is opgelost.
Er is volgens de pilot één tankstation in Mahon op Menorca. We vinden hem snel. We naderen het station. De lijnen liggen uit om aan te leggen. Vlakbij de steiger zet Gerard de motor in zijn vrij om daarna in zijn achteruit te schakelen om af te remmen. Helaas slaat de motor af en is niet meer aan de gang te krijgen. Wat nu? We naderen de steiger te snel. De medewerker van het tankstation heeft direct in de gaten wat er aan de hand is en staat paraat om te helpen. Gerard gooit het roer om en met behulp van de boegschroef komen we langs de steiger. Betty gooit een lijn naar de kant en de man hangt met zijn volle gewicht aan de lijn in een poging om de boot te stoppen. Hij heeft een lijn van de kant af naar de boot gegooid en die doet Betty aan de voorpunt. Ondertussen is Gerard van de boot gestapt met een achterlijn en trekt mee om de boot stil te leggen. Met elkaar krijgen we de boot netjes aan de kant.
Pfff, als de boot stil ligt besef je pas wat er aan de hand is.
De pompbediende denkt dat we op onze laatste druppel diesel zijn aangekomen. Dit is niet het geval. De startmotor wil niet meer rond.
We doen eerst waar we voor gekomen zijn, de tank volgooien. Ondertussen vraagt Gerard aan de pompbediende of hij een monteur weet die naar de motor kan kijken. De man begint te lachen en wijst naar een man die tegen zijn auto geleund staat. Deze man staat te wachten op zijn zoontje, die op de zeilschool is. Hij is monteur en wil wel even kijken wat er aan de hand kan zijn. Hij trekt netjes zijn schoenen uit als hij aan boord komt en kijkt bij de motor. Hij heeft een steeksleuteltje in zijn zak en maakt daarmee kortsluiting tussen 2 contacten. De motor slaat aan. Hij start nog een paar keer en het lijkt erop of er niets aan de hand is.
Hoewel hij niets wil hebben geven we de man een fooi. Wat een geluk dat hij in de buurt is. Ook de pompbediende geven we een fooi voor zijn inspanningen. Die man reageerde zo snel om ons te helpen.
We vragen hem waar we het beste een ligplaats kunnen zoeken. Blijf maar hier liggen want ik ga sluiten tot maandagochtend. We mogen stroom aansluiten en hij wijst ons de hoofdkraan voor het water. Hij zegt dat de jachthaven veel geld vraagt en van hem mogen we gratis liggen. Het lijkt erop of hij er plezier in heeft om ons te helpen. Ondanks de schrik is het voor ons een geluksdag. Overal waar we tot nog toe komen treffen we vriendelijke en hulpvaardige mensen aan.
Hoewel we tot maandag mogen blijven liggen willen we zondag toch doorvaren. We staan vroeg op omdat we om ongeveer 6.00 uur willen varen. Zal de motor het doen? Spannend.
De motor slaat aan en we varen weg. Maar de motor loopt niet zoals we gewend zijn. Het geluid is niet naar onze zin. Hij hapert en we vragen ons af of hij meer trilt als normaal.
Kortom we voelen ons niet prettig om zo een lange oversteek van 36 uur te beginnen.
Misschien ziet er iets in de schroef. We gaan terug naar ons plekje bij het tankstation waar Gerard onder de boot gaat kijken.
De watertemperatuur is 18 graden. Niet echt uitnodigend om te gaan zwemmen, maar ja.
Bij de eerste duik onder de boot ziet Gerard inderdaad een stuk touw in de schroef. Het touw zit natuurlijk muurvast en is er niet 1,2,3 uit te halen. We spannen een lijn onder de boot door waar Gerard zich aan vast kan houden, zodat hij bij de schroef kan. Met een schaar knipt hij steeds een stuk van het touw los. Steeds na 2x duiken komt hij uit het water om wat op te warmen en even te rusten. Het water is echt heel erg koud als je erin gaat. Uiteindelijk is er nog een klein stukje touw, wat niet los te krijgen is.
Inmiddels is Gerard zo koud geworden, dat hij blijft rillen. Hij zal het vanmiddag nog een keer proberen als hij weer goed is opgewarmd. Dat opwarmen duurt wel een paar uur. Hij was behoorlijk koud geworden. We blijven vandaag liggen en zullen maandag verder gaan. We gaan op zoek naar internet om het thuisfront te melden dat we morgen pas aan de oversteek naar Sardinië beginnen.
’s Middags gaat Gerard nog één keer onder de boot om met een tang het laatste stukje touw weg te trekken. Helaas zonder resultaat. Maar de schroef loopt soepel en raakt het restant touwtje niet. We maken een proefvaartje, de motor reageert nu weer normaal. We denken dat we morgen zonder problemen kunnen varen. We genieten van het mooie weer, een hapje, een drankje en een leuk boek.
Maandagochtend om 6.30 uur vertrekken we op de motor met het grootzeil bij. Weinig wind: 1-3 bft. Veel zon. Om 8.45 uur zien we een flinke zeeschildpad. We varen even terug om een foto te maken. De schildpad kijkt ons aan en lijkt te denken: Huh een boot! Leuk dat je dit zomaar tegenkomt. De zee kabbelt heel rustig. Rond 13.30 uur zien we in de verte een wit golfje dat zich verplaatst. Wat zal dat zijn? Geen dolfijnen. Af en toe zien we een fonteintje omhoog puffen. Het kan wel een walvis zijn! Als we dichterbij komen blijkt het inderdaad een walvis van zo’n 8 tot 10 meter te zijn, die onze koers ongeveer 4 meter voor ons kruist. Hij zwemt onverstoorbaar puffend aan ons voorbij. Echt helemaal geweldig!!!!!
Later zien we nog een schildpad en ook een paar dolfijnen. We hebben een super leuke dag.
De nacht brengt geen bijzondere dingen. Gerard houdt de wacht, Betty slaapt en neemt om 6.30 uur de wacht over zodat Gerard kan slapen.
Als de zon net op is en nog laag op het water schijnt, springen er 2 dolfijnen rond in die zonneschijn. Het lijkt wel een schilderij zo mooi.
We varen langs een gebied waar schietoefeningen worden gehouden. Er wordt veel geschoten, het dreunt geweldig. Soms zien we dikke rookwolken optrekken na zo’n dreun.
Verder is de tocht rustig. De temperatuur van het zeewater is hier 24 graden.
Het duurt voor ons gevoel lang voordat we in Cagliari zijn, maar om 19.00 uur zijn we in de haven. De havenmeester helpt ons bij het aanleggen. Het is een eenvoudige haven. Het toiletgebouw is een tent op de steiger. Het ziet er niet bepaald fris uit, daarom maken we gebruik van het toilet en de douche aan boord. Dit zal wel vaker voor gaan komen. Tot nog toe hadden we goede sanitaire voorzieningen in de havens.
Cagliari vinden wij geen bijzondere stad. Er zijn wel een aantal leuke plekken waar je mooi uitzicht hebt over de stad. We zijn door een aantal leuke smalle straatjes gelopen. Zo smal, dat je soms in een portiek moet gaan staan om auto’s langs te laten rijden.
De koelkast wordt niet koud. Oorzaak hiervan is dat het koelelement bevroren is en daardoor geen koude lucht meer kan blazen. We halen alles uit de koelkast en laten het element ontdooien. Als alles goed drooggedept is, kan de koelkast weer aan. Lastig dat dit gebeurt, maar als je weet wat je moet doen is dit probleempje snel opgelost.
Donderdag 21 mei (Hemelvaartsdag) en vrijdag 22 mei varen we van Sardinië naar Sicilië. Er is nog minder wind waardoor de zee voor het grootste deel spiegelglad is. Dit is de reden waarom we veel schildpadden zien. Ze steken hun kopjes net boven water uit en door de gladde zeespiegel zijn ze goed zichtbaar. Zo ook 2 haaienvinnen die een beetje rondscharrelen en vervolgens verdwijnen in de diepte. Hier hebben we geen foto’s van, want haaien springen niet en als je dichtbij komt zijn ze weg.
De nacht verloopt rustig. Vrijdag begint zonnig, maar om 7.30 uur komen we in een potdichte mist terecht. Er is bijzonder weinig zicht. Deze mist duurt tot ongeveer 9.30 uur en trekt dan op. Vervolgens is de lucht helder blauw en schijnt de zon weer volop.
Om 17.00 uur komen we in Castellammare op Sicilië. We worden opgewacht door iemand in een klein bootje die vraagt of we een mooring willen. We willen aan een steiger. Er komt nog een man in een bootje aan en het lijkt of de twee mannen ruzie krijgen. Het lijkt wel of er een wedstrijd is wie de meeste boten aan zijn steiger kan krijgen. Ondanks dat we elkaar niet goed begrijpen/verstaan komen we bij de eerste man aan de steiger te liggen. Hij beheert de steiger, het tankstation, haalt boten (die van zee komen) binnen, doet zelf de administratie en zegt dat hij 24 uur per dag op de haven is.
Castellammare is een klein plaatsje. De mensen leven op straat. Overal zie je klaagbankjes met oude mannen. In de haven is het heel stil. Er zijn veel lege steigers. We genieten van het uitzicht wat we hebben als we in de kuip zitten. Het stadje is prachtig verlicht ’s avonds. Vandaag is de eerste dag, dat het heerlijk is om lang buiten te zitten. Daarom eten we aan dek.
We kijken ernaar uit wat Sicilië te bieden heeft.
